Spring naar inhoud

Problemen van een verslaving

De problemen

De meerderheid  gebruikt 'roeswekkende middelen', waaronder drugs, zonder zichzelf of anderen schade te berokkenen. Zo is sociaal drinken, gematigd en verantwoorde alcoholconsumptie, ingeburgerd. Voor illegale middelen is, met uitzondering van cannabis, maatschappelijk aanvaard en geïntegreerd gebruik veeleer minimaal.

Bij een minderheid is middelengebruik een probleem bij het uitvoeren van dagelijkse taken en het leiden van wat de meerderheid van de bevolking een 'normaal' leven noemt.

De impact van het problematisch gebruik van deze minderheid op de samenleving is groot. Het gaat niet alleen om de gebruiker van drugs die zelf fysieke schade ondervindt, maar middelenmisbruik leidt onder meer tot verhoogde kosten in de ziekteverzekering, tot veiligheidsproblemen en tot familiaal geweld.

problemen bij verslaving

DSM-IV-criteria

Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (kortweg DSM, vertaling 'diagnostisch en statistisch handboek voor psychische stoornissen') is een Amerikaans handboek dat in de meeste landen als standaard in de psychiatrische diagnostiek dient.

In de DSM-IV-TR staan de middelen-gerelateerde stoornissen beschreven op As I, Klinische stoornissen. Diagnostische criteria voor drugsmisbruik en afhankelijkheid (DSM-IV-TR): Middelenmisbruik:

Misbruikpatroon van het middelgebruik leidt tot klinisch significante beperkingen of distress wat zich laat zien door één of meer van de volgende karakteristieken binnen een periode van 12 maanden:

  • Terugkerend middelmisbruik wat resulteert in het niet kunnen voldoen aan grote eisen van het werk, op school of thuis.
  • Terugkerend middelenmisbruik in situaties waarin het fysiek gevaarlijk is
  • Terugkerend middelenmisbruik-gerelateerde legale problemen
  • Doorgaan met het middelenmisbruik desondanks terugkerende sociale of interpersoonlijke problemen te hebben die veroorzaakt zijn door of verergerd zijn door de effecten van het misbruik.

Middelenverslaving wordt gediagnosticeerd als 3 of meer van de volgende symptomen zich tegelijkertijd voordoen binnen 12 maanden:

* Het middel wordt in steeds grotere hoeveelheden genomen, over een langere tijd dan eigenlijk de bedoeling was
* Er is de drang om te stoppen met het middel, verschillende (mislukte) pogingen zijn ondernomen om te stoppen, te minderen
* Veel tijd wordt gestoken in het verkrijgen van het middel en/of het gebruiken van het middel
* Tolerantie treedt op, dat wil zeggen dat er steeds meer van het verslavende middel nodig is om het gewenste effect te bereiken of dat steeds minder effect optreedt bij het gebruik van eenzelfde hoeveelheid van het verslavende middel
* Er treden ontwenningsverschijnselen op, specifiek voor dat middel, of er worden gelijksoortige middelen genomen om de ontwenningsverschijnselen het hoofd te bieden.
* Belangrijke sociale activiteiten, werk en/of vrijetijdsbesteding worden opgegeven of verminderd voor het middelengebruik
* Ook al weet de persoon dat het middel dat wordt genomen zorgt voor fysieke of psychologische aandoeningen of verslechtering daarvan, hij of zij blijft doorgaan met het gebruik ervan.

Wat zijn de oorzaken

Problematisch middelengebruik wordt in de hulpverlening soms evolutief, complex, meervoudig, chronisch en langdurig genoemd. Het evolueert, hoewel niet altijd van kwaad naar erger. Het is complex omdat er zoveel verschillende invloeden op elkaar inwerken. En het is veelal slechts een stukje van een grote puzzel (zelden alleen een verslaving). Voorts is het chronisch en langdurig, het houdt niet van vandaag op morgen op.

Persoonlijke kenmerken

Een persoon kan door zijn eigenheid op biologisch, psychologisch of genetisch vlak een bepaalde gevoeligheid hebben ontwikkeld voor (problematisch) middelengebruik.

Voorbeelden van psychologische factoren zijn een kleinere strafgevoeligheid, verhoogde impulsiviteit - in het bijzonder een snellere delay discounting of ontwaarding van bekrachtigers met de afstand in de tijd, waardoor het denken en reageren op korte termijn de overhand krijgt -,verhoogde experiëntiële vermijding, verminderde inhibitie.

Mensen met een lichte verstandelijke beperking (LVB) hebben vaak meer biologische, psychologische en sociale risicofactoren voor problematisch gebruik. Deze groep is dan ook een risicogroep voor verslaving. Daarbij wordt de verslavingsbehandeling gecompliceerd door de LVB. Om dit te herkenen is het van belang rekening te houden met de verstandelijke beperking van de persoon in kwestie.

Omgeving

De houding van de sociale omgeving zoals familie, school en vrienden kan van invloed zijn op middelengebruik, vooral bij mensen met een naar afhankelijkheid neigende persoonlijkheid. Ook speelt vaak nieuwsgierigheid een rol.

Structurele factoren

Ook structurele factoren zoals de woonomgeving, socio-economische en economische invloeden of de beschikbaarheid van middelen op de markt in een bepaalde buurt of in het algemeen kunnen ertoe leiden dat iemand sneller overdadig middelen gaat gebruiken. Ook terugkerende problematiek met het in stand houden van de maatschappelijke functie en zelfstandigheid kan leiden tot hernieuwd middelengebruik.

Hoewel er minder drugsverslaafden dan problematisch alcoholisten zijn, is het toch een ernstig en zeer belastend probleem voor de betreffende persoon om, op langere termijn, een goed en als "normaal" beschouwd leven op te bouwen zonder is contact te komen met andere gebruikers en dealers. Dit terugkeren van de verslavingssituatie noemt men recidiveren en is meestal gevolg van aanhoudende problematiek rond de maatschappelijke rol na een periode van verslaving. Er wordt soms, niet altijd onterecht maar toch stigmatiserend, gekeken naar drugsgebruikers alsof ze per definitie dus ook wel zullen dealen. Dit kan dermate sociale ontwrichting doen ontstaan dat de betreffende persoon een compleet andere levensstijl en plek zal moeten zoeken om het probleem te bestrijden.

Om te stoppen is uiteraard een aantal randvoorwaarden van belang. De belangrijkste is wellicht een verandering van omgeving, waarbij voldoende perspectief geboden wordt en waarin men zich een andere levensstijl kan aanmeten, zo nodig ondersteund door psychotherapie en/of verblijf in een beschermde woonvorm.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Powered by WordPress Popup